Twentse aanpak: zorgfraude bestrijden met harde bewijzen

07-03-2019 2731 keer bekeken

Deze week hebben diverse media bericht over het Barrièremodel dat de Twentse gemeenten hebben ontwikkeld om zorgfaude tegen te gaan én te voorkomen.

Zowel TC Tubantia als Binnenlands Bestuur schreven over onze aanpak. Wethouder van de gemeente Oldenzaal, Rob Christenhusz, namens de Twentse gemeenten: “In samenwerking met diverse betrokkenen is gecommuniceerd over ons barrièremodel. De uitleg die in diverse media is verschenen zijn  goede, realistische weergaven van onze werkwijze en wat het ons oplevert. We hebben kunnen laten zien welke drempels we opwerpen en wat we doen om zorgfraude te voorkomen. Toezicht is een onderwerp dat de laatste tijd steeds hoger op onze agenda staat. Dat was en is nodig. Met onze aanpak boeken we nu resultaten. Iets om trots op te zijn.”

In Twente besteden gemeenten gezamenlijk zo’n 250 miljoen euro per jaar aan maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp. Deze zorg wordt bij zo’n 300 aanbieders ingekocht. Uit onderzoek van de Erasmus Universiteit kwam naar voren dat bij drie tot tien procent van de uitgaven sprake is van misbruik. Zorgfraude kost Twente miljoenen! Het geld wordt daardoor niet besteed aan de juiste doeleinden, de kwetsbare inwoners voor wie het geld bedoeld is. Zorggeld moet altijd beschikbaar zijn en blijven voor de mensen die dat nodig hebben.

De Twentse projectgroep zorgfraude, met een afvaardiging van onder andere gemeenten, Organisatie Zorg en Jeugdhulp Twente (OZJT), Sociale Recherche Twente (SRT), politie, Openbaar Ministerie (OM), Belastingdienst en Regionaal Informatie- en Expertisecentrum (RIEC), heeft daarom het barrièremodel ontwikkeld. Deze Twentse aanpak werpt niet alleen drempels op (preventie zorgfraude) maar pakt ook huidige misstanden aan (toezicht). Alle inzet is erop gericht zorggeld beschikbaar te hebben en houden voor inwoners die dat nodig hebben.

Betrouwbare samenwerking
In Twente hebben we veel meer ‘goede’ aanbieders dan malafide aanbieders. Juist met de vele aanbieders die goed werk leveren, willen de Twentse gemeenten samenwerken vanuit vertrouwen. Dat vertrouwen krijgt vorm door afspraken met elkaar te maken over de te leveren zorg. Deze afspraken zijn samengevat in het Twents Kwaliteitskader waar een aanbieder zich aan dient te houden als deze diensten wil bieden in Twente. Het Kwaliteitskader is opgemaakt aan de hand van wettelijke kaders (de Wmo 2015 en de Jeugdwet), landelijke kwaliteitskaders en eigen ervaringen.
Bij het beoordelen van inschrijvingen bij aanbesteding wordt gecheckt of potentiële aanbieders voldoen aan de gestelde eisen. Op deze manier bouwen we al in dit voortraject een sluisfunctie in zonder een grote administratieve last voor aanbieders te creëren.
De daadwerkelijke gunning van aanbieders is daarom de eerste fase van selectie; gemeenten gunnen enkel aanbieders die voldoen aan de contractuele eisen. De tweede fase is het controleren van de gestelde eisen door middel van het ‘barrièremodel’ waarmee malafide situaties worden aangepakt en voorkomen. Een aanpak die direct voortkomt uit de in Twente vastgestelde ambitie op toezicht.

Het barrièremodel kent drie fases waarin onderzoek naar feiten centraal staat:

Fase 1
Bij de aanbesteding stellen we strengere eisen aan de voorkant. Bij screening wordt getoetst of de inschrijvende aanbieder voldoet aan de selectie-eisen. Zorgaanbieders die in het verleden aantoonbaar hebben gefraudeerd of waar de kwaliteit ernstig ondermaats was, krijgen geen overeenkomst. Zorgaanbieders moeten aantonen dat ze financieel gezond zijn, en aan alle wettelijke verplichtingen voldoen. Tenslotte worden zorgaanbieders met aantoonbare banden met outlaw motorgangs uitgesloten.

Fase 2
Van de gegunde aanbieders maken we een risicoschatting op het gebied van rechtmatigheid en kwaliteit. Dat doen we op basis van de vragen die de aanbieders bij inschrijving hebben beantwoord. Zo willen we onder andere weten of de bestuurders een relevante (werk)achtergrond in de zorg hebben en of de organisatie voldoende (geschoold) personeel in dienst heeft om de zorg te kunnen leveren. Met deze zogenaamde pre-monitoring kunnen gemeenten inschatten of de inschrijver feitelijk in staat zal zijn aan al de eisen en voorwaarden te voldoen en of de eiser in staat is kwalitatief goede zorg te bieden. Als we hierop risico’s zien, volgt nader onderzoek.

Fase 3
De uitkomsten van de pre-monitoring houden we bij in het stoplichtmodel. Informatie die we hebben en nog krijgen over de zorgaanbieders, zetten we af tegen risico-indicatoren.
Met dit stoplichtmodel brengen we de risico’s op fraude of ondermijning in beeld. Als een aanbieder rood scoort, gaan we over tot actie: we vragen nadere informatie op, we bezoeken de aanbieder en/of we starten een onderzoek. Rood, oranje of groen is geen oordeel, maar risico-inschatting, een signaal.
Uitkomsten van de acties bij ‘rode aanbieders’ kunnen ertoe leiden dat gemeenten besluiten dat de aanbieder verbetermaatregelen moet nemen of de overeenkomst met de aanbieder te beëindigen. Bij ernstige tekortkomingen, of misstanden kunnen gemeenten ook overgaan tot terugvordering van (een deel) van het geld dat de aanbieder heeft ontvangen. Bij vermoedens van strafbare feiten doen gemeenten aangifte.
Het stoplichtmodel is dynamisch; bij nieuwe informatie passen we de kleurindicatie aan. 

Stand van zaken
Ondertussen is bij een aantal aanbieders onderzoek gedaan. De ‘rode aanbieders’ waarover vanwege meerdere signalen vanuit de praktijk de grootste zorgen zijn, worden niet alleen onderzocht door toezichthouders, maar ook besproken op het informatieplein Zorgfraude van het RIEC. Overheidspartners, waaronder gemeenten, het UWV, Belastingdienst, politie en Openbaar Ministerie verrijken daar samen de informatie over de aanbieder.
Bij ‘rode aanbieders’ – waarbij we risico’s lager inschatten – vragen we gegevens op en leggen contractmanagers en toezichthouders gezamenlijk werkbezoeken af. Daarbij kijken zij of de zorgaanbieders voldoen aan de kwaliteitseisen uit het afgesloten contract.
Bovengenoemde inspanningen hebben reeds geleid tot stappen bij enkele aanbieders.
Sommige rode aanbieders krijgen een herstelmogelijkheid. Dan moeten ze bijvoorbeeld aanvullende documenten aanleveren. Of zij hier wel of niet aan meewerken, bepaalt welke vervolgstappen nodig zijn (een bezoek, onderzoek, in gebreke stellen (eventueel in combinatie met een tijdelijke cliëntenstop), beëindigen van de overeenkomst). Afhankelijk van de uitkomsten van bezoeken en onderzoeken, heroverwegen we het risicoprofiel van de aanbieders.

Verslagen en onderzoeksresultaten worden na afronding gedeeld met de aanbieder en met de contractmanagers. Tot die tijd is het onderzoek nog niet afgerond en lopend het onderzoek, is de informatie niet openbaar. De onderzoeken moeten van goede kwaliteit zijn. Dat mogen zorgaanbieders van ons verwachten, net zoals wij van hen kwaliteit van zorg verwachten. Daarom moeten we zowel tijdens onderzoek als in communicatie uiterst zorgvuldig optreden. Verdenkingen zijn pas hard als ze te bewijzen zijn. Dit heeft alles te maken met de (maatschappelijke en financiële) gevolgen voor aanbieders, waarvan we ons terdege bewust zijn.

Samen tegen zorgfraude
De Twentse gemeenten willen aandacht creëren voor de werkwijze van het barrièremodel. Het moet duidelijk zijn hoe de gemeentes toezicht houden, zodat op deze manier mogelijk malafide zorgaanbieders worden afgeschrikt om de Twentse markt te betreden. Bovendien zorgt bekendheid er hopelijk voor dat inwoners alerter worden op mogelijk misbruik van zorggeld.
De nieuwe werkwijze heeft ertoe geresulteerd dat door een sterke regionale samenwerking, veel onderzoek wordt gedaan. Het maakt dat optreden beter mogelijk is. Zo kunnen we steeds beter het kaf van het koren scheiden.
Ook in andere gemeenten is onze werkwijze opgepikt. Daarmee ontstaat de kans om als overheid samen een vuist te maken tegen misbruik van zorggeld. De start van deze aanpak is spannend; het is nieuw en als Twentse gemeenten steken we onze nek uit door echt te investeren in toezicht. Wij zijn ervan overtuigd dat als we doorontwikkelen en blijven leren, de aanpak verder verbetert en malafide aanbieders steeds schaarser worden. Cliënten krijgen goede zorg en gemeenten besteden de beperkte financiële middelen aan ondersteuning van kwaliteit bij goede zorgaanbieders.

Klik hier om contact met ons op te nemen.