'Van werken met hart en ziel, naar werken met hart en verstand'
1. Hoe kijk je terug?
Het was echt pionieren in het begin. In 2015 - het eerste jaar na de decentralisatie - was onze belangrijkste zorg dat alle ondersteuning door liep én beschikbaar bleef. Terwijl we niet wisten wie welke zorg kreeg. Ieder vraagstuk wat voorbijkwam was nieuw. In de afgelopen jaren zijn we wijzer en professioneler geworden. We hebben de data goed voor elkaar in de Twentse Monitor Sociaal Domein. Deze data gebruiken we om goed geïnformeerde keuzes te maken. We zijn ons meer bewust wie in het Zorglandschap essentiële partners zijn en durven daar ook een andere relatie mee op te bouwen. Dit resulteerde in een sterk netwerk van gemeenten, zorgaanbieders, gecertificeerde instellingen en onderwijs. Die groei en ontwikkeling komt door het team en de mensen waarmee we samen werken. Een team dat altijd paraat staat en bereid is een oplossing te bedenken. Open en lerend.
De afgelopen zes jaar waren heel intens. We lopen al jaren met elkaar een marathon met tussensprints. Ik vroeg me regelmatig af: hoe houden we dit vol? En het lukt ons nog steeds. Er kan meer rust komen wanneer we het Zorglandschap 2030 scherper ontwerpen: zaaien en snoeien doe je niet hartje winter.
'Steeds weer realiseren waarom we doen wat we doen'
2. Hoe heb jij het volgehouden?
Ik ben gedreven om bij te dragen aan een betere samenleving. De afgelopen zes jaar heb ik me met hart, ziel en verstand ingezet. Die inzet leidt tot bevlogenheid. Dat heb ik ervaren bij mezelf, bij mijn team én in ons netwerk. Lastige momenten zijn er ook geweest. Bijvoorbeeld wanneer een groep mensen hard gewerkt heeft aan iets en er veel kritiek komt. Soms op de inhoud, maar vaak over het proces. Ik heb gezien wat dat doet met de mensen die vanuit goede intenties zich hard inzetten. Je steekt toch een beetje je kop boven het maaiveld op zo’n moment. Soms wil iedereen zeggenschap hebben en overal bij betrokken zijn. Daarmee komen we niet vooruit. We moeten blij zijn wanneer anderen een deel van de puzzel willen leggen. Op zulke momenten realiseerde ik me, waarvoor we doen waar we mee bezig zijn: de samenleving mooier maken door ondersteuning te organiseren voor de mensen die dat nodig hebben. Voor mij is het ook belangrijk om te mijmeren en in de natuur te zijn. Het liefst met paard en honden. De combinatie mijmeren en natuur gaat heel goed samen. Én onder het harde werken pret hebben met elkaar.
'Hoe ingewikkeld het ook is, hoe moeizaam gesprekken ook gaan;
we zorgen samen dat we verder komen'
3. Waar ben je trots op?
Dat vind ik een lastige vraag. Ik denk altijd: we moeten gewoon ons werk doen, want daar zijn 625.000 inwoners van afhankelijk. Het werd op een paar momenten spannend om de continuïteit van specialistische zorg voor onze jeugd te waarborgen, doordat aanbieders in ernstige liquiditeitsproblemen kwamen. Ook werden we geconfronteerd met het niet behalen van de hercertificering door een instelling voor jeugdbescherming en jeugdreclassering. Daardoor moesten meer dan 2000 kinderen naar een andere instelling met onzekerheid of ze hun voogd konden behouden. Dát laten we niet gebeuren: daar ben ik trots op! We komen in actie en zoeken de verbinding met de partijen die nodig zijn. Andere regio’s, Transitie Autoriteit Jeugd en later de Jeugdautoriteit, ministeries om noodzakelijke aanpassingen te maken, zodat er een overbruggingscertificaat kwam. We bouwden aan partnerschap met zorgaanbieders, gecertificeerde instellingen, onderwijs en andere partners. We zorgden voor gelijkwaardigheid en gezamenlijke verantwoordelijkheid door aan de ontwikkeltafels van de Twentse Transformatie de partners volledig te betrekken en (bestuurlijke) verantwoordelijkheid te geven. Zowel op inhoud als besteding van de middelen. Ik ben trots op het netwerk dat er nu staat en steeds sterker wordt!
4. Wat zou je anders hebben gedaan?
Wel 1001 dingen… Maar eigenlijk ook niks. Ik vind het belangrijk dat je probeert, blijft leren en ontwikkelen. Alleen zo krijg je vooruitgang. Dat geldt voor mij persoonlijk én ik vind het ook belangrijk dat ik dat uitstraal en ondersteun in mijn omgeving. Naar het team en in het netwerk. De zorg en jeugdhulp is niet maakbaar en slecht voorspelbaar. Dat ongemak van het niet weten, moeten we leren verdragen. Het brengt verwondering met zich mee en helpt bij een lerende houding.
'Grootste veranderingen gebeuren nu eenmaal stap voor stap'
5. Welke knoppen zie jij voor de grootste verandering?
Dit roept bij mij een beeld op van een groot besturingspaneel, waarbij we een beetje draaien aan de knop. Een beetje heen en weer met die schuif. De wereld is niet zo maakbaar. Er zijn geen eenvoudige knoppen om aan te draaien. Er zijn geen shortcuts om een duurzaam landschap te bouwen. Daar schreef ik eerder al een blog over. Nee, de belangrijkste verandering zit in onszelf. Als wij open durven te staan en ons durven te verwonderen over hoe we dagelijks het systeem in stand houden (en dat is niet erg, we hebben het ook nodig gehad) dán kunnen we veranderen. Ik zie het dagelijks gebeuren, stapje voor stapje.
'Koester wat we al hebben bereikt'
6. Wat wil je meegeven?
Het cliëntperspectief is een voorwaarde om te blijven doen wat nodig is en de juiste keuzes te maken. Dit is nog divers en versnipperd georganiseerd. Het netwerk wordt verrijkt wanneer het cliëntperspectief structureel is geborgd.
We doen écht mooie dingen in Twente en op een goede manier: namelijk met elkaar! Door mijn betrokkenheid bij diverse onderwerpen op landelijk niveau, heb ik ook het perspectief van buiten naar binnen. Vaak reed ik terug met een glimlach op mijn gezicht en dacht: ‘zo slecht doen we het nog niet in Twente’. Het is waardevol om te blijven zien en koesteren wat we al hebben. Dat brengt tegenwicht in de zaken die niet goed gaan, relatief vaak klein zijn, maar veel (media) aandacht krijgen. Als we met elkaar markeren wat we hebben bereikt, kunnen we elkaar blijven vasthouden en verder brengen…
…Het brengt rust in de voortdurende marathon!
En, heel belangrijk, heb onderweg pret met elkaar!